Hierom is investeren in Nederlandse films en series belangrijk

Het Ministerie van Cultuur wil dat streamingdiensten, zoals Netflix en Videoland, een percentage van hun Nederlandse omzet investeren in Nederlandse producties. Het Ministerie is bang dat deze naar de achtergrond verdwijnen met al het buitenlandse aanbod en de hoeveelheid streamingdiensten. Is die angst terecht of zit het Nederlandse publiek simpelweg niet te wachten op content uit eigen land? En waarom is het nou zo belangrijk om dan juist die Nederlandse films en series te blijven produceren?

6%. Dat is wat de streamingdiensten van hun Nederlandse omzet volgens Minister Van Engelshoven moeten investeren in Nederlandse producties. Bioscopen ontkomen ook niet aan het plan. Zij moeten 3% investeren. Wel mogen ze zelf bepalen of ze het geld in een fonds stoppen of zelf iets gaan produceren. De minister volgt hiermee het voorbeeld van andere Europese landen.

Filmdeskundige Rudi de Boer snapt het plan wel. “Je kan wel heel flauw stellen dat de gemiddelde Nederlander toch helemaal niet naar Nederlandse films en series kijkt en je afvragen waarom we daar dan geld aan moeten geven. Als het echt zo zou zijn dat er in Nederland helemaal niemand behoefte heeft aan Nederlandse producties, dan zouden ze ook niet worden gemaakt. Maar dat is gewoon niet zo, want die behoefte is er wel. Daarom is Videoland ook zo populair, daar staan heel veel Nederlandse series en films op. Daarbij zijn er natuurlijk hele filmcrews en die hebben toch wel recht op een redelijke boterham en werk.”

Zijn Nederlandse films en series de moeite waard?

Als je volgens De Boer op straat vraagt of iemand naar Nederlandse series of films kijkt, dan krijg je negen van de tien keer een ontkennend antwoord. “Maar als je dan doorvraagt dan geven ze wel toe dat ze het wel lekker vinden om naar een foute Nederlandse romantische komedie te kijken. En dan hoor je vaak ook “Undercover vind ik wél een vette serie.” Je merkt dat mensen er veel meer voor open staan en erachter komen dat ook Nederland goede dingen kan maken.” De Nederlandse kijker zit dus wel te wachten op Nederlandse content, aldus De Boer: “Het is altijd fijn om ook je eigen taal te horen. Je eigen mensen en je eigen stijl, ondanks dat Nederland een calvinistisch land is en hier vaak moeite mee heeft. Heel veel landen hebben problemen met hun eigen producties, terwijl eigen producties toch ook iets zijn waar heel veel mensen zich aan kunnen spiegelen. Frank Lammers in Undercover als pillenboer op een camping in Brabant voelt toch anders aan dan een gangster ergens ver weg in een wolkenkrabber.

Daarbij mag je als Nederlander best een beetje trots zijn dat we een serie hebben gemaakt die het overal goed doet. Undercover is voor mij namelijk het bewijs dat het wel kan”.

Met meer geld wordt alles beter. Of toch niet?

Undercover is officieel een Belgisch-Nederlandse productie, maar dat neemt niet weg dat het Netflixbudget de serie goed heeft gedaan. Dat zien we wel aan de resultaten. Volgens Netflix keek Nederland het afgelopen jaar het meest naar deze serie en een 7,9 op de Internet Movie Database (IMDb) is een hele goede score. Aan de andere kant heb je Ares, de eerste Nederlandse Netflix original. Veelbelovend, maar deze serie deed het een stuk slechter. De horrorserie over een studentenvereniging in combinatie met demonen uit de Gouden Eeuw kreeg veel kritiek. Het verhaal zou te vaag zijn en scoort op IMDb niet hoger dan een 5,6. Hoe kan dat dan? Beide series hebben een groot Netflixbudget, maar de één pakt beter uit dan de ander. Ares is gefilmd op locaties in Amsterdam waar je u tegen zegt, terwijl Undercover voornamelijk op de camping afspeelt. 

Betekent meer geld dan niet automatisch een betere kwaliteit? Volgens De Boer kan je dan wel net wat meer. “Met een groter budget is er gewoon veel meer mogelijk. Je kan gebruik maken van grotere en betere camera’s. Je ziet het bijvoorbeeld bij Undercover aan de shots. Meer droneshots, meer hijskraanshots. Het ziet er net wat gelikter uit. Het kan beter wedijveren met een Hollywoodserie. Het is echt van betere kwaliteit. Misschien is er ooit wel een internationale regisseur, zoals Spielberg, een keer bereid om een Nederlandse productie in de toekomst op te pakken.” Bij Ares lijkt het budget vooral opgegaan te zijn aan de prachtige locaties en de (overigens hele mooie) kleding. Ook Redbad is een goed voorbeeld van het feit dat veel geld niet altijd gelukkig maakt. Hoe dat komt? De recensie hieronder legt het even haarfijn uit.

Geld. In het geval van Undercover werkt het, maar in het geval van Ares en Redbad niet. Is Nederland wel het land voor films en series met zulke flinke budgetten? “De duurste Nederlandse productie ooit is Zwartboek van Paul Verhoeven met een budget van 18 miljoen euro. Zwartboek had allure en was ook ontzettend populair buiten Nederland. Dus het kan wel, maar je moet wel een regisseur hebben die weet wat hij doet. Het is gewoon sowieso hartstikke knap wat je hier in Nederland kan maken met 18 miljoen euro. Ik zie niet snel gebeuren dat wij in Nederland nog meer films gaan maken met zo’n budget. Sommige regisseurs proberen Hollywood na te doen met een klein budget, maar het is het allemaal net niet.”, zegt De Boer.

Er zijn op dit moment drie films die een budget boven de tien miljoen hadden. Overigens is er maar één film van de hele onderstaande lijst die ook in de top 25 best bezochte Nederlandse films staat en dat is Zwartboek die met een bezoekersaantal van ongeveer 1 miljoen op de 22e plaats staat. Op de eerste plaats staat Turks Fruit, met ruim 3 miljoen bezoekers. Weer een bewijs dat veel geld niet altijd een garantie voor succes is en dat weinig geld niet altijd een fiasco hoeft te betekenen.

Herkenbaarheid en toegankelijkheid is de sleutel

Filmdistributeurs Nederland (FDN) wil verandering zien. In een onderzoek uit 2018 komt de belangenorganisatie tot de conclusie dat het bioscoopbezoek naar Nederlandse films in de afgelopen vijf jaar met 36% is gedaald. Dat heeft te maken met piraterij waardoor er minder gedistribueerd wordt (minder vraag leidt vanzelf tot minder aanbod), dalende reclame-inkomsten door de komst van Netflix en dat het Filmfonds selectiever financiert. FDN pleit voor minder selectie en een betere verdeling van het geld om productie van publieksfilms te stimuleren. Nu is er het gevaar dat geld terecht komt bij bepaalde producenten, artistieke producties, te veel bij buitenlandse films en niet bij Nederlandse films die bijdragen aan een hoger filmbezoek. Met de investeringsverplichting van Minister van Engelshoven hoeven Nederlandse filmmakers niet meer afhankelijk te zijn van het Filmfonds.

Nederlandse films voor het grote publiek zijn volgens de distributeurs belangrijk, omdat het een toegankelijk medium is voor entertainment en cultuur en omdat we minder afhankelijk moeten zijn van buitenlandse films. Filmkijkers zoeken namelijk herkenbaarheid en die toegankelijkheid. Een pillenboer op de camping is, zoals De Boer al eerder zei, herkenbaarder en toegankelijker dan een drugsbaron hoog in een wolkenkrabber ergens in een warm land. Met iets meer budget kan je dat gevoel net iets beter creëren. De Nederlandse identiteit is belangrijk. De Boer:” Wat maakt nou Nederland? Als je in het buitenland vraagt wat ze van Nederland kennen, dan krijg je vaak als antwoord Cruijff, Van Basten, Rembrandt en Van Gogh. Wat zou het toch leuk zijn als er in de toekomst ook eens een Nederlandse film of serie genoemd wordt. Dat is toch ook een onderdeel van onze identiteit.”

Nederlandse topproducten: de oorlogsfilm en de romantische komedie.

Misschien komen er dan meer films zoals de meest recente Nederlandse Netflixsamenwerking: De Slag om de Schelde. Met een budget van 14 miljoen euro past dit Tweede Wereldoorlogverhaal mooi in het rijtje van de duurste Nederlandse producties ooit. En met zoveel geld tot je beschikking kan je zoals je hieronder in de trailer ziet een indrukwekkend actiespektakel in elkaar zetten.

Weer een oorlogsverhaal? Ja, want daar zijn de Nederlandse filmmakers nou eenmaal goed in. De Boer: “Ik moet zeggen dat die meestal wel kwalitatief hoogwaardig zijn. Je zou zeggen dat de verhalen inmiddels wel op zijn, maar toch komt er elk jaar weer een interessante nieuwe bij. Bankier van het Verzet is een goed voorbeeld. Ik ben elke keer weer verrast dat er zoveel verhalen uit die vijf jaar verzet komen.”

Een ander genre waar Nederlanders goed in zijn, is de Nederlandse romantische komedie. “Ondanks dat deze films in de meeste kranten bijna allemaal één ster krijgen, komen er wel standaard honderdduizend, tweehonderdduizend en soms wel een miljoen mensen op af. Het maakt niet uit. Mensen willen het graag zien, ook al weten ze dondersgoed dat het kwalitatief niet hoogwaardig is. Datzelfde geldt voor al die kerstfilms die nu op Netflix staan, zoals The Christmas Prince en The Christmas Baby. Het is een guilty pleasure. Net zoals dat je weet dat een patatje met satésaus niet goed voor je is, eet je het toch op. Marketingtechnisch is Nederland hier ook heel goed in. Dan geven ze bijvoorbeeld Gordon of Gerard Joling een rolletje en daar komen mensen op af. Zolang er een markt voor dit soort films is, worden ze gemaakt.” Ook de film die zich richt op kinderen en jongeren tussen de 12 en de 25 jaar is volgens De Boer een succesvol Nederlands product. “Het jeugdige publiek is misschien niet zo streng en kijkt niet gauw naar waar iets vandaan komt.”

De Nederlandse bioscoopbezoeker houdt van veel genres, maar niet van allemaal.

Uit een onderzoek van Filmonderzoek Nederland uit 2013 blijkt dat de Nederlandse bioscoopbezoeker wat betreft Nederlandse films een voorkeur heeft voor komedies, familiefilms, dramafilms, romantische komedies, thrillers en oorlogsfilms. Avonturenfilms, science fiction, fantasy en animatiefilms worden als Nederlands genre slecht bezocht. Naast dat ze duur zijn om te maken (vanwege de vele special effects en computertechnieken), wordt er ook geen geld aan deze genres uitgegeven zolang er geen bezoekers voor zijn. Maar als er geen films in deze genres zijn, dan kunnen er ook geen bezoekers naar toe. Een vicieuze cirkel die blijkbaar moeilijk te doorbreken is. Een Nederlandse Avengers hoeven we binnenkort dus niet te verwachten. Wat jammer is, aangezien deze Hollywoodblockbusters het wereldwijd zo goed doen.

Maar je kunt volgens De Boer Nederland niet met Hollywood vergelijken. “Het is een beetje een flauwe vergelijking, want heel simpel gezegd: Nederland is maar een klein landje. Wij maken gemiddeld 30, 40 speelfilms per jaar. Als daar een stuk of drie goede tussen zitten dan zit je best goed. In Amerika maken ze wel 1000 films per jaar gemaakt waarvan er een paar honderd goed zijn. Dat is ook maar een klein percentage.” En daardoor lijkt het dat Hollywood betere films maakt. “Met het budget van 1 minuut Avengersfilm kan je hier in Nederland vijf jaar lang films maken. Je hebt niet veel geld nodig, maar mensen zijn gewoon verwend. Als je The Crown of Breaking Bad als maatstaf neemt, dan kan de rest van de wereld wel zijn koffers pakken.”

Niemand wil natuurlijk zijn koffers pakken. Dus als we met meer geld series zoals Undercover of epische oorlogsfilms kunnen maken, waarom niet? Waarom zouden we niet wat geld kunnen krijgen van een bedrijf dat hier in Nederland per jaar miljoenen binnenhaalt zodat wij 1000 producties per jaar kunnen maken? De Boer vindt dit ook belangrijk: “Je kan het moeilijk dwingen, maar je hebt het over een klein percentage op een miljardenomzet. Dat is toch geen probleem? Zeker nu het slecht gaat met de cultuursector is het goed om deze budgetten af te dwingen. In Duitsland, Frankrijk en Spanje doen ze dit al.”